vrijdag 7 juli 2017

Rij mij maar steendood, nondedju.


De gele trui verfrist zich.
We schrijven 1926, de negende etappe, van Bordeaux naar Bayonne.
Staf Van Slembrouck leidt als debutant in deze Tour sinds de tweede rit het klassement.
Tot na de volgende etappe maar dat weet D'n Staf nu nog niet.


De etappe van Bayonne naar Luchon wordt de verschrikkelijkste ooit genoemd.
Bij de start, rond middernacht, regent, hagelt en sneeuwt het. IJskoud was het.
Wegen waren niet meer als dusdanig herkenbaar, de modder lag lagen dik.
In die omstandigheden werden de renners vijf cols opgestuurd.
De Aubisque, de Tourmalet, de Aspin, de Peyresourde, die vijfde kan Fabio niet achterhalen.
Lucien Buysse valt aan, D'n Staf reageert en moet er met bandbreuk weer vanaf.
Met zijn bevroren vingers kreeg hij de tube niet van de velg.
Een Engelbewaarder vermomd als vrouwtje brengt hem 'n bakske warm water waardoor hij zijn vingers kan ontdooien.
Met 35 minuten achterstand kan hij de achtervolging weer in.

Op de Tourmalet is het zo erg dat hij van z'n fiets moet en er simpelweg niet meer opkomt.
Hij wil opgeven maar wordt door Henri Desgrange, als gele trui-drager, verplicht om door te gaan.
Staf gooit zijn fiets voor de automobiel van Desgrange en gaat er bij op de grond liggen met de roemruchte woorden
'Rij mij maar steendood, nondedju, dat 't gedaan is!'
Die dag verliest D'n Staf de gele trui en de Tour aan Lucien Buysse.

25 maart 1902 - 7 juli 1968, van Oostende

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen