'Mar stelt oew nou toch 's veur, allemoal same op 'n eiland, Coppi, Bartali, Adorni, Pantani, noem mar op, wannen buurt zowe we hebbe, nie Eddy?'
'D'n dizze waacht nog effe tot da d'r ok Belge zèn. Mar lette 'n bitje op dè ge nie op dè eiland mî Kennedy en Elvis zit? Diejen Hendrix is doar ok en da's nogal ne herriesgupper'.
die met een truike in de hand een renner vragen er een tekening op te maken.
Een handtekening, justement!
Of zelfs de renner aanschrijven met het verzoek om een gesigneerd truike te bekomen,
om niet, dat spreekt.
De ondertekende publiciteitskaart van vroeger kostte de supporter immers ook niets.
We leven nu eenmaal in inflatoire tijden.
En soms, vaak, uiteindelijk misschien wel altijd, worden die dan weer verkocht.
Soms snel, vaak wat later, ook de prijzen willen nogal eens verschillen.
Wat wil je, een gele trui van Eddy Merckx uit pakweg 1970
of 'n Topsport Vlaanderen-truike van Eliot Lietaer uit 2016.
Wie?
foto: franz-renan joly
Lietaer was een van de renners die van de ene op de andere dag eind vorig jaar op straat kwam te staan omdat ploegmanager Jérôme Pineau zijn B&B Hotels-KTM ploeg niet meer in de lucht kon houden en dat niet had gezegd tegen zijn renners.
Pineau, die van 't motortje van Sepp Kuss,
KTM, niet zo gek dattie d'r aan dacht.
Maar die dus, genoeg woorden aan besteed voor nu.
Terug naar de textiele handel.
foto: roger jones
Ruim zeven jaar geleden werd deze, ongesigneerde, gele trui uit 1975 van Merckx verkocht voor ruim €5300.
Deze huis-tuin-en-keuken trui van Eliot Lietaer uit 2016 moet €20 opbrengen.
Een nette prijs zal de koper denken, niks van te zeggen.
Hoewel,
je zult maar de renner zijn wiens trui met handtekening voor €20 wordt verkocht.
Zeker als je op zo'n manier afscheid hebt moeten nemen van de betaalde wielrennerij.
Natuurlijk,
het is de verkoper zijn goed recht.
En Lietaer, die heeft een bachelor Business Management,
Het gaat níet over het koffiekopje of het merk erop en zeker niet over Boedha.
Fabio wou het over de televisie hebben.
Samsung inderdaad maar ook Mathieu van der Poel.
In de Tirreno-Adriatico, de etappe van Castellalto naar Castelfidardo.
Ruim tweehonderd kilometers met het venijn in de tweede helft, de Tappa dei Mura, viermaal te nemen.
Vorig jaar won Mathieu deze etappe, hij kende de weg zogezegd.
Met nog vijftig kilometer te gaan had meneer het koud.
Van het WK in Lancashire heeft hij geleerd dat voldoende eten belangrijk is in de kou.
Als U goed naar de TV kijkt ziet U dat hij iets in z'n mond heeft, 'n reep of 'n gelletje.
Heel verstandig.
Blijkbaar had Mathieu tegelijkertijd, of 'n fractie van een seconde later, het idee dat harder fietsen, het spel op de wagen zetten, demarreren, het kacheltje ook doet branden.
Nou zie je wel eens vaker een renner versnellen met iets eetbaars in de mond maar dan springt die achter 'n ontsnappende concurrent aan.
Demarreren van voren met volle mond, zo zijn we niet opgevoed.
Maar van een professional die uit verveling demarreert kun je alles verwachten.
Dat stuk zilverpapier hing dus geruime tijd aan Mathieu's mond,
we hebben het niet geklokt maar het kan zomaar een minuut of langer zijn geweest.
Waarna het zijn weldadige werking tegemoet ging.
Gaande de ontsnapping werd er tot 'n kilometer voor de meet regelmatig nog wat bijgeschoven.
De rationeel-strategisch ingestelden onder U zien in de combi van demarrage en eetmoment natuurlijk vooral efficiëntie. Het valt niet te ontkennen, daar zit wat in.
Wat 'n tijd dat dit alles kost en dan wacht voor onderweg deze klus ook nog.
En niet één keer, nee, steeds weer staan ze langs 't parcours met zo'n zakje, wat 'n tijd daarin gaat zitten.
Eerder waren er al pogingen tot een meer doelmatige inzet van eten in de koers.
Halfslachtig zoals U ziet, de jonge Merckx had zulks zichtbaar al in de gaten.
Daarom,
hulde voor Mathieu,
aan de innovatie herkent men de groten.
Waarmee het Castelfidardoke is geboren.
Een enkele kwaadwillende beweert dat dit ook staat voor vijftig kilometer op kop rijden, zo'n drie minuten winst verspelen en dan nog met tien seconden winnen. Ook goed.
1966, bovenstaand truike wordt binnengehaald, foto: marcel anckaert
1968, foto: belga
Won Parijs-Tours driemaal, het Kampioenschap van Zürich, Kuurne-Brussel-Kuurne, zes Tour-etappes, het Belgisch kampioenschap, vier Vuelta-etappes en eenmaal het puntenklassement, drie Giro-etappes, de Amstel Gold Race
en nog veel meer. Een rap menneke, zondermeer.
Startte nadien het fietsenmerk Fangio en sponsorde als dusdanig enkele jaren Belgische wielerploegen.
Fangio kocht, net als bijvoorbeeld Jan Janssen in Nederland, fietsen in en zette er hun eigen sticker op.
Hoewel, eigen?
Nou zit hier díe sticker net niet op maar de echte kenner, en wie is dat niet, weet wat Fabio bedoelt.
Het zij de kleurtjes die Alan ook veel gebruikte.
De Fangio profploegen reden dan veelal ook op 'n Alan-Fangio.
Vanweges dat dhr Th.B. woonachtig te B. een opmerking onder het fotooke van de Giro van 1961 plaatste. Van afgelopen zaterdag. Dat die twee van Carpano en Gazzola 'op en top' gesoigneerd waren. Daarom 'n prentje van die Locomotiev-mannen. Weilwaar niet in de Giro van '61 maar in de Tour van datzelfde jaar.
Want van Locomotiev waren de twee Nederlandse deelnemers niet. Mies Stolker reed in Franse dienst voor Anquetil en Stablinski. Mies had bij z'n debuut in 1956 al eens 'n etappe in de Giro gewonnen.
mies stolker, 1961
Voor Piet van Est was het dit jaar zijn eerste Giro. In dienst van Faema voor Rik van Looy.
En ook Piet wint in zijn eerste Giro een etappe, niet écht als debutant, wél als debutant in de Giro.
piet van est, 8e etappe giro 1961
Jammer genoeg hebben we geen foto van Piet van Est in het Faema-truike van dat jaar.
En Rik gaat ons er ook niet aan helpen. Hier zij aan zij met die andere kopman, die van Mies.
van looy en anquetil, giro 1961
Wel een Belg en een Fransoos.
Monsieur Chrono eindigde in de eindrangschikking als twiddes, de Keizer van Herentals werd zeuvende. En Piet en Mies? 35e en 37e.