zondag 13 december 2020
zaterdag 12 december 2020
Francesco Fondriest
Francesco, oudere broer van Maurizio.
Was slechts één jaar professional. Reed daarvoor, net als z'n broertje voor GS Zalf-Fior.
Probeerde nadien nog een loopbaan op te bouwen in de popmuziek,
maar koos uiteindelijk in plaats van het stalen ros voor het ros van vlees en bloed.
Hij geeft leiding aan een opleidingsinstituut, is rij-instructeur, geeft lezingen over paarden en paardrijden en is ook therapeutisch met paarden actief.
Tussendoor zit hij nog regelmatig op de fiets.
En vandaag wordt Francesco Fondriest 57 jaar.
vrijdag 11 december 2020
donderdag 10 december 2020
Winter Wonderland
Toen de hoogtestage nog zonder schaamte op de skipiste kon worden gedaan. Reynolds Aluminio in Candanchú, net onder de Somport in de Pyreneeën. 1981.
Maar het gaat om de fiets, niet om de lange latten. Goed gekleed het nieuwe seizoen in, 1984 in dit geval. Peter Winnen, Johnny Broers, Gerrit Solleveld en Theo Smit zijn er klaar voor.
dinsdag 8 december 2020
Uit Fabio's Billy, Martin Ros
Jeugdherinnering
na de wielerwedstrijd
op de mulle zandbaan
slenterde ik huiswaarts
door de zomervelden
de stank van massageolie
vermengd met stof en zweet
op de bodies van de renners
zat nog in mijn neus
vreemd: ik ontdekte
voor het eerst de spermageur
van haast gerijpte rogge
in de avondzon
thuis nam ik hanig
van trots mijn fiets
en sprintte uiterst soepel
het dorp door naar mijn lief
Frans Babylon (uit: Een liefhebbend geheugen corrigeert, bloemlezing 1968)
Een eerste hoofdstuk met de titel 'Een rijke roomse jeugd als voorspel' wat dan ook nog begint met een gedicht van een Deurnenaar. U begrijpt, Fabio's aandacht was gegrepen.
Voor de duidelijkheid, Frans Babylon heette in 't echt Frans Obers en was de oudste zoon van vertegenwoordiger in rijwielen Harry Obers. De kans dat schrijver dezes al meer dan dertig jaar woont op bovenvermelde mulle zandbaan is zeker niet denkbeeldig.
Heldenlevens, Martin Ros
vierde druk: oktober 1986
En in het volgende hoofdstuk over Jean Robic op bladzijde 35 de volgende strofe ..
"In Klein-Rome werd ons vanuit de biechtstoel krachtig aangeraden vooral veel te zwemmen en veel te fietsen, liefst zo vroeg mogelijk in de ochtend en overdag als de onkuise beelden en verlangens kwamen. Daardoor werd het wielrennen een bij uitstek katholieke sport."
Het zal de lezer duidelijk zijn dat Martin Ros' boeken en boekjes over wielrennen een prominente plaats innemen in Fabio's Billy
Hilversum 2 januari 1937 - Amersfoort 8 december 2020
maandag 7 december 2020
zondag 6 december 2020
Daantje met de fiets, een vroege Kerstvertelling
Een klein menneke met een overduidelijk te grote fiets. Zo'n prent die je tegenkomt en vráágt om nader onderzoek. Daantje, ook bekend als Kleine Daan of Oude Daan, blijkt met z'n volle naam Daniël Brinkerink geheten en werd 16 september 1850 geboren en overleed 21 november 1925 in Utrecht.
Om het generationeel duidelijker te maken, de op gezegende leeftijd enkele jaren terug overleden moeder van uw 65-jarige schrijvertje was toen net geen twee weken oud. Een tijdje terug kunnen we wel stellen.
Of 't Daan's eigen fiets was is de vraag. Vroeger zag je wel eens kinderen met hun lijf tussen de buizen van het frame op een volwassenenfiets rijden maar naar alle waarschijnlijkheid is Daan geportretteerd met een toevallig beschikbare fiets. Misschien vond hij fietsen wel leuk op zo'n zelfde manier als volwassen mannen altijd op de foto willen met een dure sportauto.
Daantje was een bekend straatfiguur. Nadat zijn moeder overleed raakte hij aan de alcohol en zwierf door de stad. De straatjeugd had d'r lol in om 't menneke te pesten. Eens kreeg hij zodanige klappen dat het licht uit zijn rechteroog werd geslagen.
Slapen deed ie buiten. Een tijdlang had ie een vaste plek op 'n gekregen canapé. Die werd gedeeld met een nest katten, zo ook het beschikbare eten. U voelt 't al aankomen, een goed hart achter een permanent beneveld geest en lichaam. Een reddende engel diende zich aan in de vorm van een jonge zuster van het Leger des Heils. Deze had met Daantje te doen en regelde een kamer voor hem, voor het eerst sinds de dood van zijn moeder weer een vast dak boven het hoofd.
De Heer werd zijn herder. Niet meteen, de geest moest nog terug in de flesch, of beter gezegd, Daan moest van d'n drank af. Uiteindelijk lukt dat ook. Stafkapitein Seypkens schrijft op 22 januari 1910 in de Strijdkreet dat Daan's ziel nog duister is maar dat hij er vertrouwen in heeft dat het licht zal doorbreken. Aan z'n rechteroog is minder te repareren in die tijd.
De laatste vijftien jaar van zijn leven is hij gezien als heilsoldaat. Iedereen kent hem, hij verkoopt de Strijdkreet, almanakken en en spoorboekjes.
Eind 1925 wordt Daantje ziek en opgenomen in het Stedelijk Ziekenhuis waar hij 21 november overlijdt. Het Leger des Heils verzorgt een nette begrafenis voor 't menneke dat een groot deel van zijn leven werd gepest en dronken over de Utrechtse straten zwierf. Zie de Strijdkreet van 5 december daarop.
Eind goed al goed zult U denken.
Misschien,
maar het verhaal is nog niet af.
Eerder deze dag verscheen in deze blog een ansichtkaart, de Emmalaan in Utrecht, gullie wit 't ...
En nou moette toch 's zien.
Daar vooraan, daar staat Daantje. Op die gecoloriseerde is ie weg geretoucheerd. Geen gezicht blijkbaar zo'n zwerver op de laan van de koningin.
Wat? Fabio kan wel alles beweren? Hoe dattie weet dat dit Daantje is? Zus heeft 't er ook niet over met Coba?
Nou gewoon, hierom.
En op 'n andere kaart kwam ie voor met 'n liedje wat over 'm werd gezongen.
Het moet nie gekker worre.
Daniël Brinkerink:
16 september 1850 - 21 november 1925
Foto's van Daantje komen uit Het Utrechts Archief
zaterdag 5 december 2020
vrijdag 4 december 2020
donderdag 3 december 2020
Abonneren op:
Posts (Atom)


































